Click to Choose Language

European
Picture 
Book
Collection

EPBC Home
Achtergrond bij het project
Handleiding voor leraars
EPBC-Boeken
Hoe bestellen
Chatline
EPBC-Contacten
Web Site Links
Nationaal Centrum voor onderzoek op het gebied van kinderliteratuur
Europese cursus voor Lerarenopleiding
pommaux.JPG (7902 bytes)
Motivering - Korte inhoud - Vertaling - Activiteiten - Reflectie

Land:  Zweden
Taal :  Zweeds (Ook uitgegeven in het Engels bij   RDR Books en in het Nederlands bij Querido))
Titel: Kan du vissla Johanna? (Kun je fluiten Johanna?)
Auteur:  Stark U. & Höglund A.
Uitgever : Bonniers Juniorförlag (1992)
ISBN:  91-48-519308
Gekozen door :  Marie Louise Olofson
Lecturer, Dept. of Education & Humanities, University of Trollhä ten-Uddevalla, Box 1240, S-46228, Vänersborg, Sweden.

Verantwoording van de keuze :
Het boek gaat over alledaagse situaties in Zweden en over menselijke verhoudingen. Je krijgt ook een goed beeld van de bijzondere manier van denken van kinderen en van hun aanpak van problemen. Het boek zegt ook veel over de wijze waarop de Zweedse samenleving omgaat met bejaarden en hoe die dat ervaren. Bovendien is de stijl van het boek erg humoristisch en bevat het meesterlijke prenten.

Samenvatting :
Berra zou dolgraag een grootvader hebben, en zijn beste vriend weet waar je die kunt vinden. De twee jongens gaan naar het bejaardenhuis in de buurt en zoeken een oude man uit, die Berra's opa moet worden. Ze bezoeken hem vaak en nemen hem mee op spannende uitstapjes. De oude man voelt zich herleven; hij is gelukkig en voelt zich weer ‘nodig'. Hij helpt de jongens om een vlieger te maken en hij leert ze hoe je die moet oplaten. Ze beleven samen een heerlijke tijd en halen heel wat kwajongensstreken uit. De oude man wil Berra ook te leren fluiten. Hoe hij het ook probeert, fluiten is echt wel moeilijk. Tenslotte kan hij het, en hij loopt trots en blij naar zijn ‘grootvader' om het hem te tonen. Maar – de oude man is dood. Op de uitvaart gaat Berra bij de kist staan en fluit hij trots het oude wijsje dat zijn ‘opa' hem leerde. Het heet ‘Kun je fluiten, Johanna?' en het was zeer populair in de jaren 1930.  

Suggesties voor gebruik in de klas :
1.Bespreek typische eigenschappen van grootouders met de kinderen. Bv:

Hoe zien ze eruit? (beschrijvende taal – adjectieven)

Wat doen ze graag? (actieve taal – werkwoorden)
Hoe doen ze dingen? (bijwoorden)
i) Je vriend moet een brief naar een van je grootouders brengen. Schrijf een duidelijke portret van hem/haar zodat je vriend hem/haar kan herkennen.  
ii) Maak een lijstje met dingen die je leuk vindt om met je grootouders te doen. Vergelijk je lijst met die van een vriend.

2. Bespreek wat kinderen graag samen met hn grootouders doen.
i) Maak een storyboard over een van de dingen die je graag samen met je grootvader/moeder doet.  
ii) Maak een stamboom waarop je verwantschap met je grootouders duidelijk wordt.

3. Bekijk de illustraties in ‘Kun je fluiten Johanna?, aandachtig. Bespreek overeenkomsten/ verschillen tussen Zweden en je eigen land, die je daarbij opvallen.
i) De leraar of de kinderen noteren de verschillen en overeenkomsten in twee kolommen op het bord.
ii) Kies één van die verschillen/overeenkomsten uit en beschrijf   het alsof je het zou moeten spelen op een podium.  

Reflectie:
Reflecteer over het belang van grootouders en andere menselijke relaties.


NB Nog meer literaire en linguïstische activiteiten vindt u in  
Picture Books sans Frontières
verkrijgbaar bij tb@trentham-books.co.uk of www.amazon.co.uk


De NCRCL website wordt gehost door Roehampton University

ncrcl Januari 2005